Banner <Topics Magazine> 85-22 DAM - ABC (1)

85-22 DAM - ABC (1)

Auteur: Danny Verschueren
Topics Magazine  03-07-1985

Om het damspel degelijk te beoefenen is het noodzakelijk dat tussen de spelers overeenstemming bestaat i.v.m. de spelregels. De juiste spelregels zijn belangrijk om te voorkomen dat dammen gedegradeerd wordt tot een eenvoudig kinderspel. Spijtig genoeg zijn slechts weinigen op de hoogte van de internationaal erkende spelregels. Om een einde te maken aan vele discussies hieromtrent, deze reeks over de basisprincipes van het damspel die het begin mogelijk maakt van een ontdekking van een der boeiendste «denkactiviteiten». De zuivere reglemententaal is vaak saai en gauw ingewikkeld, maar nodig als startpunt.

Waarmee damt men? Het damspel wordt gespeeld op een bord van 100 velden. Gebruik geen schaakbord, dat maar 64 velden telt. Elke speler bezit 20 stukken (of schijven). Er wordt enkel gespeeld op de donkere velden. Deze donkere zijn in principe genummerd van 1 tot en met 50, ook al staan die nummers er niet op vermeld. Nummers zijn nodig om een partij te noteren, te analyseren en dergelijke meer. Hieronder een voorbeeld van een genummerd bord.

Ook van belang is de juiste plaatsing van het bord. Het bord wordt zo tussen beide spelers geplaatst, dat zich aan de uiterste linkerzijde van de onderste rij een donker veld bevindt. Bij genummerde borden is het steeds 46 of 5 dat zich uiterst links onderaan moet bevinden. De schijven worden aan beide zijden van het bord op de onderste vier rijen geplaatst. De witte schijven op de velden 50 tot en met 31, de zwarte op de velden 1 tot en met 20.

De spelers doen om beurt een zet, wit doet steeds de eerste. Een schijf gaat enkel schuin vooruit, uitgezonderd bij het slaan. Dat damschijven allemaal dezelfde zijn (uitgezonderd enig kleurverschil) en alle slechts één stap schuin vooruit kunnen doen, wil derhalve NIET zeggen dat dammen simpel is. De argumenten, die men put uit een zeer oppervlakkige indruk, en dit vooral in vergelijking met schaken, geven enkel een staaltje van de onwetendheid en vooringenomenheid van de beoordelaar zelf.

Het slaan of «pakken» is het punt waarover de meeste onenigheid bestaat bij de doorsnee-recreatiedammer. Het is enkel mogelijk een schijf of schijven van de tegenpartij te slaan, en wel zo dat men zich vlak voor een schijf van de andere kleur bevindt en dat achter die schijf een onbezet veld is. Verder het vaak betwiste facet van het slaan: SLAAN IS VERPLICHT, zowel VOORUIT als ACHTERUIT! Het in de volksmond gekende «blazen» is uit den boze. Bovendien gaat «meerslag» voor, d.w.z. dat steeds de meeste stukken geslagen moeten worden. Volgende week een diagramstand i.v.m. dit meerslagprincipe en informatie over de dam en haar werking.