Begin dit jaar dook de 31-jarige Moussa Coulibaly uit Mali schijnbaar vanuit het niets op in de Gelderse clubcompetitie voor WSDV. Zijn precieze omstandigheden ken ik niet, maar Wouter van Beek, oud-president van de werelddambond met veel kennis van Afrika, helpt hem hier. Bij een van de wedstrijden voor WSDV zou Coulibaly nog wat slaperig zijn, omdat hij ‘tot diep in de nacht meedeed aan een djembé-jamsessie’. Kortom, een interessant figuur die Nederland vast ook interessant vindt. Coulibaly had wel wat wedstrijden in Afrika gespeeld, maar zijn spelniveau was niet echt duidelijk. Zijn optreden tijdens het Nijmegen Open was goed met 13 uit 10, maar niet buitengewoon.
Bij het Brunssum Open vorige week speelde hij zichzelf wél in de kijker en zo kwam zijn jongensdroom – zo stel ik me voor - uit. Het toernooi trekt ondanks zijn zuidelijke locatie toch dammers uit heel Nederland; uit het noorden noem ik Jan van Dijk, Hendrik Veenstra, Johan Rademaker, Bert Dollekamp en Renco Oostindjer. Op papier was er geen uitgesproken favoriet, maar Coulibaly nam die rol maar al te graag aan. Hij stond in de eerste zeven rondes maar een puntje af, tegen Jan van Dijk die daar ook nog eens goed wegkwam. In de laatste ronde volstond remise en zo had Brunssum weer een Afrikaanse winnaar, zoals het zo vaak heeft gehad in het verleden. Jan van Dijk werd met een puntje minder tweede en Farhad Huseynov (Azerbeidjan) met weer een punt minder derde.
Coulibaly’s speelstijl is vrij typisch voor een Afrikaanse speler: in de opening gebeurt er soms van alles of juist helemaal niets, maar hij is gevaarlijk in het late middenspel. Zijn partij tegen de Belg Rudi Claes in de derde ronde geeft een aardig beeld.