Dit is de laatste rubriek van het jaar en ik wil graag terugkijken wat 2025 zoal heeft gebracht. Het begon triest met het overlijden van de Senegalese grootmeester N’diaga Samb, voor wie onlangs een memorial is gespeeld. Daarna kwam de comeback van Roel Boomstra die Hijken DTC naar de vijfde landstitel leidde. Die andere wereldkampioen Harm Wiersma hing zijn dambord aan de wilgen (maar damt inmiddels gewoon weer mee bij Fryslân, nu Damstra Damteam). Toen kwam de eerste toernooiwinst van Matheo Boxum (Bourges), gevolgd door de tweede wereldtitel van Jan Groenendijk – Jitse Slump mag hem in 2026 uitdagen. Alexander Shvartsman bleef TeamNL voor in Nijmegen en Martijn van IJzendoorn haalde in augustus zijn derde toernooiwinst in China (maar later niet zijn vierde), terwijl in Hoogeveen bij de snelle vrouwen-WK’s Darja Tkatsjenko en Natalia Sadowska wonnen. Het NK werd (zoals gebruikelijk) gewonnen door Groenendijk. In oktober werd het ‘Zwitserse’ WK vrouwen in Trinidad&Tobago gewonnen door Viktorija Motritsjko en behaalde ik in Assen nét het gedroomde wereldrecord kloksimultaandammen. In november werd Jitse Slump wereldkampioen rapid. Ten slotte is de Fries kampioen bekend (Erwin Heslinga), maar de Groningse nog niet (barrage tussen Danny Staal en René Wijpkema).
Tot zover de kale feiten; wat gebeurde er óp het dambord? De belangrijkste partijen hebben natuurlijk al de revue gepasseerd – denk aan de winst van Groenendijk op Joël Atse in de WK-finale, de paradoxale (klok)winst van Slump op Shvartsman in Riga en Van IJzendoorns Keller-winst op mij in China. Qua importantie verdient Slumps overwinning op mij in de laatste ronde van de WK-finale het om afgedrukt te worden, maar vanwege speltechnisch belang (en uit piëteit voor mezelf) wil ik graag Shvartsmans winst op Yiming Pan bespreken. In Xintai deed de sterkste Chinees deed weer eens mee en ging in de laatste ronde een mooi gevecht aan.